Jaarlijkse Controle

Je vindt hier een overzicht van de meest gangbare therapeutische en cosmetische behandelingen.

  1. Gebitsreiniging
  2. Vullingen
  3. Wortelkanaalbehandeling
  4. Facings
  5. Kronen
  6. Prothesen
  7. Bruggen
  8. Implantaten
  9. Bleken
  10. Fluorbehandelingen

 

1. Gebitsreiniging

Tandplak kunnen we zelf verwijderen maar tandsteen niet.
Dit zal de tandarts doen bij wijze van preventie.
Deze reiniging is nodig om ervoor te zorgen dat er geen gaatjes ontstaan en geen tandsteenvorming plaatsvindt.
De tandarts heeft speciaal gevormde instrumenten om ook verkalking onder de tandvleesgrens weg te halen.

Indien het nodig blijkt te zijn, zal de tandarts het gebit polijsten.

<< terug

2. Vullingen

Een goede mondhygiëne is van onmiskenbaar belang om problemen te voorkomen.
Een tandpasta met fluoride en een geschikte tandenborstel zijn de belangrijkste wapens tegen tandbederf. Tweemaal per dag de tanden poetsen is daarnaast geen overbodige luxe.

Indien bovendien de genuttigde hoeveelheid suikers en zetmeel beperkt en de tandarts regelmatig geconsulteerd wordt, kan er weinig fout gaan. Mensen die door erfelijkheid vatbaar zijn voor tandbederf, moeten wel extra voorzichtig zijn.

2.1 Oorzaken, symptomen en gevolgen

Wie toch gaatjes heeft moet deze zo snel mogelijk laten behandelen door een tandarts om verdere schade te voorkomen. Zo niet gaat de tand of kies verloren en sterven de zenuwen af. Tevens bestaat een kans tot de vorming van een abces.

2.2 De behandeling

Het schoonmaken van de tand bestaat uit het ontsmetten van het gaatje en het verwijderen van het beschadigde weefsel met een tandboor.
Daarna wordt een vulling aangebracht. Het vullen kan met vier verschillende materialen gebeuren.

Amalgaam is de langst gebruikte vulling in de tandheelkunde.
Het is zilverkleurig en bestaat uit een verbinding van zilver, kwik en andere materialen. Het voordeel van deze vulling is dat het zowel sterk als goedkoop is. Hierdoor is amalgaam geschikt voor het dichten van grotere gaatjes. Bovendien gaat het lang mee.

Er zijn ook enkele belangrijke nadelen verbonden aan dit type van vulling. In de eerste plaats is het esthetisch niet echt mooi.
Ook moet een redelijke hoeveelheid gezond weefsel weggeboord worden om de vulling aan de tand te kunnen hechten. Daarbij komt dat nogal wat vragen gesteld worden bij de aanwezigheid van het giftige kwik in amalgaam.

Er bestaan witte vullingen die vervaardigd zijn uit composiet, glasionomeer of compomeer. Het voordeel van composiet is dat het sterker is dan de twee andere varianten. Het wordt in de tand geplakt.

Dit materiaal laat ook toe verschillende schakeringen te maken zodat elke tandkleur nagebootst kan worden.
Compomeer en glasionomeer kunnen daarentegen gemakkelijker aangebracht worden.

De plaats en de grootte van het gaatje bepalen of er voor een witte vulling geopteerd kan worden.
Soms kunnen mensen na een vulling met wit vulmateriaal napijn ondervinden. Normaal verdwijnt dit ongemak vanzelf.

Witte vullingen zijn duurder dan die in amalgaam. Ze zijn esthetisch mooier maar er kan geen garantie gegeven worden dat er geen verkleuringen optreden op lange termijn.

Een derde optie is een porseleinen herstelling. Een stukje van porselein, een inlay, wordt op maat van het gaatje gemaakt en erin vastgemaakt. Het resultaat oogt mooi maar is een dure oplossing.

Net zoals bij porselein, wordt ook bij goud de vulling op maat gemaakt.
Deze wordt vervolgens met een soort cement in het gebit aangebracht. Gouden vullingen zijn heel sterk en gaan zeker 20 jaar mee. Het is echter een dure optie die vandaag de dag nog zelden geplaatst wordt.

<< terug

3. Wortelkanaalbehandeling

Een wortelkanaalbehandeling wordt ook wel zenuwbehandeling of kanaalbehandeling genoemd. Hierbij wordt zenuwweefsel (pulpa) verwijderd omdat genezing ervan niet meer
mogelijk is. Deze behandeling verlengt de levensduur van de tand terwijl die vroeger onmiddellijk getrokken zou moeten worden.

3.1 Oorzaken, symptomen en gevolgen

Verschillende oorzaken kunnen aan de basis liggen van aangetast tandweefsel: gebarsten of gebroken tanden, tandbederf, een trauma, …

Grote gevoeligheid voor koude of warmte en hevige pijnen kunnen symptomen zijn van aangetast of afgestorven tandweefsel.
Soms geeft het helemaal geen klachten.

Afgestorven of ontstoken pulpa kan leiden tot de vorming van pus aan het uiteinde van de tandwortel dat ook ontstoken geraakt. Het resultaat hiervan is het uitbreken van een abces op het tandvlees
dat kaakbeen ernstige schade toebrengt.
Wanneer een wortelkanaalbehandeling niet tijdig uitgevoerd wordt, zal de tand definitief verloren gaan.

3.2 De behandeling

De behandeling bestaat uit verschillende stappen die soms meerdere tandartsbezoeken vragen.

Eerst wordt de getroffen tand ongevoelig gemaakt via een plaatselijke verdoving. Daarna wordt een opening gemaakt in de tand of kies waarlangs het aangetaste zenuwweefsel verwijderd wordt. Zowel de
pulpakamer als de gehele wortelkanalen vragen om een diepgaande reiniging.

Bij de volgende stap gaat de tandarts de kanalen uitvijlen en ontsmetten. Wortelkanaaltjes kunnen tot ongeveer 28 mm diep zijn. Om het overzicht niet te verliezen kan het zijn dat één of meerdere röntgenfoto’s gemaakt worden.
Tegenwoordig wordt er in de moderne praktijken gebruik gemaakt van een apexlocator, een minicomputer de lengte van de wortel meet.

Bij een langdurige behandeling of sterk geïnfecteerde tand, wordt eerst een tijdelijke vulling aangebracht en pas later de definitieve vulling. De tussenstap is niet altijd nodig.

De definitieve vulling, een rubberachtig materiaal, kan met metalen of plastic staafjes verstevigd worden.

Ter afronding kan de tandarts een kroon over de tand plaatsen zodat extra bescherming kan geboden worden tegen nieuwe aandoeningen.

3.3 Weetjes

In sommige gevallen is een dergelijke ingreep niet mogelijk en zal de tand direct getrokken moeten worden.

Tanden die een zenuwbehandeling hebben ondergaan, kunnen nog een leven lang meegaan als ze goed verzorgd worden. Doordat het pulpa verwijderd wordt, kan dit de tand niet meer voeden. Deze is dus wel minder sterk dan een tand in perfecte conditie. Een behandeling is geslaagd als de afbraak van het kaakbot gestopt wordt.

Een wortelkanaalbehandeling doet de tand niet verkleuren maar kan wel voor enkele dagen napijn zorgen.

<< terug

4. Facings

Facings herstellen het uitzicht van de tand of kies wanneer deze verkleurd, gebarsten, gebroken of misvormd is.

4.1 De behandeling

Er bestaan twee verschillende typen methoden: composietvulling en schildjes.

Composiet is een materiaal dat ook gebruikt wordt voor tandvullingen. Het grote voordeel van deze stof is dat de kleur van de tanden nagebootst kan
worden zodat het niet opvalt.

Bij het aanbrengen van een facing in composiet, wordt de tand eerst lichtjes bewerkt. Deze ingreep moet behoeden dat de tand te dik wordt.

Daarna wordt het element geëtst met een zuur en wordt een hechtlaag aangebracht.

De tandarts brengt nu de facing aan die gevormd en met een blauw licht verhard moet worden.

De behandeling wordt afgesloten met het egaliseren en het polijsten van het composiet.

Eén tandartsbezoek volstaat bij deze methode.

Schildjes vragen meer dan één bezoek aan de tandarts.
Eerst wordt er door de tandarts een afdruk gemaakt van de bijgeslepen tand.

Daarna wordt door een specialist in een tandtechnisch laboratorium een facing op maat (vorm en kleur)
vervaardigd. De schildjes zijn meestal gemaakt van composiet of porselein. Porselein is duurder maar is steviger en sluit nog beter aan bij de kleur van de natuurlijke tanden.

De tand of kies wordt geëtst om er daarna de facing aan de hand van een soort cement op te plakken.

4.2 Weetjes

Net als gewone gebitselementen kunnen facings verkleuren.
Roken, koffie of thee drinken, etenswaren met kleurstoffen,… zijn enkele voorbeelden die best vermeden worden.

Algemeen wordt aangenomen dat facings ongeveer 10 jaar kunnen meegaan. Veel is echter afhankelijk van de mondhygiëne van de persoon in kwestie. Ook tandenknarsen en nagelbijten hebben een nefaste invloed op de conditie van facings.

Reparatie of vervanging is, indien nodig, steeds mogelijk.

<< terug

5. Kronen

Een kroon is een vaste prothese die op een duurzame wijze de vorm en het uitzicht van een tand of kies herstelt of de positie corrigeert.

Het is een omhulsel dat gemaakt wordt van keramiek, porselein, metaallegeringen, kunststof of goud en over een afgeslepen tand of kies wordt aangebracht.

Keramische en porseleinen kronen kunnen vervaardigd worden in de kleur van de originele tanden. De metalen kronen hebben dan weer het voordeel dat ze sterker zijn.
Om die reden worden deze materialen vaak gebruikt om kiezen te vervangen.

Als het esthetisch aspect meespeelt, kan een metalen kroon voorzien worden van een keramisch of porseleinen buitenlaag.

5.1 Oorzaken, symptomen en gevolgen

Er zijn verschillende redenen waarom kronen geplaatst worden:

  • Een groot deel van de tand of kies is door tandbederf aangetast. Er is te veel schade om de tand gewoon te vullen.
  • Gebroken tanden kunnen terug vervolmaakt worden via een kroon. Soms wordt er zelfs preventief opgetreden en krijgen minder sterke tanden en kiezen een kroon om schade te voorkomen.
  • Een kroon kan dienen als voorbereiding om een brug aan vast te hechten.
  • Lege plaatsen in het gebit kunnen opgevuld worden via een implantaat waarover een kroon geplaatst wordt.
  • Om esthetische redenen kan een kroon een verkleurde of slecht gevormde tand bedekken of vervangen.
  • Aangetaste tanden die via een wortelkanaalbehandeling gered zijn, krijgen vaak een kroon om de kans op toekomstige problemen te beperken.

5.2 De behandeling

Een kroon plaatsen gebeurt in enkele stappen en vereist minstens twee afspraken. Eerst moet de tand of kies afgeslepen worden om plaats te maken voor de kroon.

Vervolgens wordt een afdruk gemaakt van de kaak waarin de kunsttand moet geplaatst worden. Deze afdruk wordt later in een gipsmodel gegoten dat als mal dient bij het maken van de kroon.

De derde stap bestaat uit de beetregistratie. Hierbij wordt nagegaan hoe de tanden en kiezen van de boven- en onderkaak op elkaar passen. Deze registratie gebeurt aan de hand van een wasplaatje waarop de beet opgetekend wordt. Als de kroon vooraan in het gebit komt te staan, moet ook nog tijd besteed worden aan het bepalen van de kleur.

Een eerste fase wordt afgerond door het aanbrengen van een tijdelijke kroon. Deze beschermt de afgeslepen tand tot de definitieve kroon gemaakt is en geplaatst kan worden. Deze tussenoplossing is niet zo sterk en moet enigszins gespaard blijven.

Tijdens de laatste afspraak wordt de kroon geplaatst en vastgezet.

5.3 Weetjes

Kronen moeten goed verzorgd worden omdat het een element in het gebit is dat een extra risico vormt voor afzetting van tandplak. Vooral de rand tussen de kroon en het tandvlees is een kritieke plaats.

Het voordeel van een kroon is dat het 10 jaar en zelfs veel langer kan meegaan. De duur wordt echter wel voor een groot gedeelte bepaald door de eigen mondhygiëne. Problemen met het tandvlees of kaakbeen kunnen een kroon instabiel maken waardoor deze verloren kan gaan.
Harde etenswaren worden ook best vermeden.

<< terug

6. Prothesen

Een prothese is een kunstmatige vervanging van het
gebit of van bepaalde delen ervan. Een volledige
prothese is beter gekend onder de naam “kunstgebit”.

6.1 De behandeling

Bij een gedeeltelijke prothese worden kunstelementen
op een metalen of kunsthars plaatje bevestigd.

De prothese vindt houvast op de restdentitie of implantaten.

Een volledige prothese of kunstgebit
kan geplaatst worden wanneer alle
natuurlijke tanden uit het gebit verdwenen zijn
en het tandvlees genezen is. Het kan dus gebeuren
dat men daarom enige tijd zonder tanden zit.

Hiervoor is een oplossing bedacht: de immediaatprothese .
Voor het verdwijnen van de laatste tanden of kiezen
maakt de tandarts een afdruk van de kaak. Op basis
hiervan kan deze een prothese maken die onmiddellijk
bij het uitvallen of trekken van de laatste elementen
geplaatst kan worden.

De immediaatprothese moet wel regelmatig bijgesteld
worden omdat het anders los komt te zitten. De vorm
van het kaakbeen gaat immers onder invloed van het
genezingsproces een andere vorm aannemen.

De prothese zal nooit helemaal hetzelfde aanvoelen
als het originele gebit en de prestaties ervan kunnen
ook niet optornen tegen die van een gezond exemplaar.
Onderzoek heeft bijvoorbeeld uitgewezen dat gezonde
tanden en kiezen een bijtkracht kunnen ontwikkelen
tot waarden van 100 kilogram. Mensen met een kunstgebit
bijten niet harder dan een kracht van 5 tot 10 kilogram
zonder dat de pijn te hevig wordt.

Het kan in sommige gevallen een hele tijd duren
vooraleer gewenning optreedt wanneer nieuwe prothesen
geplaatst worden. Spieren, wangen en tong moeten
leren het geheel op zijn plaats te houden.

6.2 Weetjes

Net als het blijvende gebit is een prothese onderhevig
aan slijtage.

Ook gaat het soms minder goed aansluiten doordat
de vorm van het kaakbeen verandert en de kaak slinkt
bij het ouder worden. In beide gevallen moet de
prothese bijgesteld of vervangen worden om problemen
te vermijden. Te lang lopen met een slecht passende prothese
versnelt de botresorptie. Het is dus van belang regelmatig een
controle bij de tandarts te ondergaan.

Een goede verzorging van prothese en mond zal de
levensduur enkel kunnen verlengen. Ook een gebitsprothese
moet minstens eenmaal daags schoongemaakt worden.

<< terug

7. Bruggen

Bruggen zijn vaste prothesen die leegtes – gelaten
door één of door verschillende, opeenvolgende tanden
– in het gebit opvullen. Ze herstellen het uitzicht en functie
extractie van één of meer opeenvolgende tanden van het gebit.

Een brug wordt gemaakt van keramiek, porselein,
metaallegeringen, kunststof of goud. Keramische
en porseleinen kronen in een brug kunnen vervaardigd
worden in de kleur van de originele tanden. De metalen
kronen hebben dan weer het voordeel dat ze sterker
zijn. Om deze reden worden deze materialen vaak
gebruikt om kiezen te vervangen. Metalen kronen
kunnen uitgerust worden met een keramische of porseleinen
buitenlaag.

7.1 Oorzaken, symptomen en gevolgen

Het plaatsen van een brug kan gerechtvaardigd worden
in volgende gevallen:

  • Een brug kan het kauwen vergemakkelijken.
  • Bruggen kunnen voorkomen dat natuurlijke tanden
    gaan draaien, scheef komen te staan of opschuiven
    zodat een slechte beet ontstaat.
  • Uit esthetische overwegingen kan men overgaan
    tot het aanbrengen van een brug om leegten in
    het gebit op te vullen.

7.2 Soorten

Er zijn drie typen bruggen te onderscheiden: de
gewone brug, de vrij-eindigende brug en de etsbrug.

De eerste is de gewone brug. Dit model beschikt
over twee peilers, elk aan één zijde van de lege
ruimte.

De vrij-eindigende brug is een tweede type.
De peilers bevinden zich hier aan één zijde van
het open gedeelte.

Tot slot is er nog de etsbrug. Het gebruik van deze
brug komt voor wanneer er nauwelijks iets van de
tanden naast de holte moet afgeslepen worden. Door
een metalen bevestigingsplaatje en een speciale
lijm, wordt de etsbrug tegen de binnenkant van de
aangrenzende tanden geplakt. Het metaal is niet
zichtbaar. Doordat het altijd verwijderd kan worden,
is de etsbrug ook een frequent gebruikte tijdelijke
oplossing.

7.3 Plaatsing

Een brug kan op twee verschillende manieren aangebracht
worden met name via implantaten of via andere tanden.
Soms is het mogelijk om implantaten in de lege ruimte
aan te brengen waarop de brug kan rusten. Maar er
kan ook geopteerd worden de tanden of kiezen langs
de holte in het gebit af te slijpen om daar de brug
over te plaatsen. Deze constructie wordt uiteindelijk
vastgemaakt met cement.

Bij het plaatsen van een brug moet ook altijd eerst
een afdruk van de kaak gemaakt worden. Deze afdruk
geeft aan hoe de elementen van de brug gemaakt moeten
worden. Ook een beetregistratie is noodzakelijk.
Hierbij wordt nagegaan hoe de tanden en kiezen van
de boven- en onderkaak op elkaar passen. Deze registratie
gebeurt aan de hand van een wasplaatje waarop de
beet opgetekend wordt.

Wanneer de brug bestemd is voor het voorste gedeelte
van het gebit, is het belangrijk voldoende aandacht
te besteden aan de kleur die aan de prothese gegeven
moet worden.

Een eerste fase wordt afgerond door het aanbrengen
van een tijdelijke kronen op eventueel afgeslepen
tanden. Deze bieden bescherming tot de definitieve
brug geplaatst kan worden. Deze tussenoplossing
is niet zo sterk en moet enigszins gespaard worden.

Tijdens de laatste afspraak wordt de brug geplaatst
en vastgezet.

7.4 Weetjes

Bruggen moeten goed verzorgd worden omdat daar een
extra risico bestaat voor afzetting van tandplak.
Vooral de rand tussen de elementen
van de brug en het tandvlees is een kritieke plaats.

Het voordeel van een brug is dat het gemakkelijk
10 jaar kan meegaan. De duur wordt echter wel
voor een groot gedeelte bepaald door de eigen mondhygiëne
en de conditie van de pijlerelementen.
Problemen met het tandvlees of kaakbeen kunnen een
kroon instabiel maken waardoor deze verloren kan
gaan. Harde etenswaren kunnen bruggen beschadigen.

<< terug

8. Implantaten

Een implantaat is een soort kunstwortel
dat meestal uit zuiver titanium is gemaakt en in de kaak wordt
geplaatst. Mogelijk is er een keramische buitenlaag rond aangebracht.

Deze materialen zijn sterk en worden niet door het
lichaam afgestoten. Doorgaans heeft een implantaat
een diameter van een viertal millimeter en is het
tien tot zestien millimeter lang.

8.1 Oorzaken, symptomen en gevolgen

Implantaten vormen de basis voor een kunsttand-
of kies, voor een brug of voor een overkappingsprothese
die hierop stevig bevestigd kunnen worden. Dit laatste
is een kunstgebit dat vastgeklikt wordt en dus niet
zomaar uitneembaar is.

Een aantal voorwaarden moet wel voldaan zijn opdat
implantaten geplaatst kunnen worden:

  • Er moet voldoende kaakbot aanwezig zijn om
    het implantaat in te plaatsen.
  • Het tandvlees moet gezond zijn.
  • De patiënt moet bereid zijn er een goede mondhygiëne
    op na te houden en het nodige onderhoud aan
    de implantaat te besteden.

8.2 De behandeling

Een implantaat in het kaakbeen wordt een
plaatselijke verdoving toegediend en het tandvlees
losgemaakt. Nu plaatst de arts echter rechtsreeks
een implantaat in het kaakbeen. Tot slot wordt het
tandvlees terug vastgemaakt. De kunsttand, brug
of prothese kunnen op het implantaat, dat aan het
kaakbot zal vastgroeien, bevestigd worden.

De implantaten kunnen ook tijdelijk onder
het tandvlees verborgen worden. In een later stadium
moet het tandvlees dan wel opnieuw losgemaakt worden
maar de kans op napijn en infecties is bij deze
methode kleiner. Afhankelijk van de situatie zal
de tandarts of kaakchirurg hieromtrent de meest
geschikte keuze maken.

In een periode van 3 tot 6 maanden na de ingreep
gaat het implantaat zich vasthechten aan het tandbeen.
Het is dan ook verstandig om het niet te fel te
belasten. Wanneer deze fase achter de rug is wordt
de kunsttand, brug of prothese geplaatst.

8.3 Weetjes

Implantaten vormen een duurder alternatief in vergelijking
met andere methoden. Het voordeel is wel dat het
een oplossing biedt voor een periode van 10 tot
20 jaar. De duurzaamheid hangt af van de plaats
in het gebit en de inspanningen wat mondhygiëne
betreft van de patiënt.

Een zesmaandelijkse controle is noodzakelijk voor
een optimaal resultaat.

<< terug

9. Bleken

Tanden kunnen zowel uitwendig als inwendig verkleuren.
Door het bleken kunnen de tanden weer bleker van
kleur worden.

9.1 Oorzaken, symptomen en gevolgen

Tanden kunnen uitwendig verkleuren door de invloed
van koffie, thee, sigaretten, bepaalde etenswaren,
tandsteen, en anderen.

Daarnaast kan er ook een inwendige verkleuring optreden
door veroudering, een te veel aan fluoride of het
intensief gebruik van het antibioticum tetracyclines
tijdens de periode dat de tanden gevormd werden.
Ook afstervende zenuwen en bloedvaatjes kunnen inwendige
verkleuringen veroorzaken.

9.2 De behandeling

Bleken bij een tandarts is een behandeling die doorgaans
een uur in beslag neemt. Deze gaat de tandhalzen
bedekken en het tandvlees ter bescherming insmeren met een soort gel.

Daarna wordt een oxiderende vloeistof over de tanden
uitgesmeerd die in sommige gevallen met een speciaal
licht geactiveerd dient te worden.

In onze praktijk opteren wij voor een “LED”-bleaching die
veilig en effectief is.

Zelf bleken is een goede methode zolang ze maar
onder toezicht van een tandarts plaatsvindt…

Eerst moet een perfect passende “tray” gemaakt worden.
De tandarts zal een afdruk van de tanden maken dat
het model vormt voor een transparante, vacuum geperste
plastieken vorm. Deze tray moet met een bleekmiddel
gevuld worden en gedurende een tweetal uur per dag
op de tanden geplaatst worden.

De vloeibare oplossing bevat 10 à 15 procent carbamide-peroxide
dat afbreekt tot waterstofperoxide wanneer het in
contact komt met de tray en de tanden.Deze methode
duurt twee tot drie weken en kan regelmatig herhaald
worden.

Wanneer een tray gebruikt wordt, kan deze voor pijnlijke
tanden zorgen als het model niet feilloos past.
De nevenwerkingen van bleken zijn beperkt. Het bleken
zelf kan gevoelige tanden en tandvlees teweegbrengen.
Verkort in dat geval de draagtijd van de tray en
bouw meer intervallen in. De tandarts kan in elke
individuele situatie het best een remedie adviseren.

9.3 Weetjes

Uitwendig kan het gebit doorgaans redelijk goed
gereinigd worden. Verkleuringen door veroudering
of door het gebruik van tetracyclines zijn moeilijker
weg te werken. De kleur van kronen en vullingen
kan al helemaal niet gebleekt worden.

Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, alsook
jonge kinderen of adolescenten worden aangeraden het
bleken van tanden uit te stellen.
Ook rokers volgen de behandeling beter niet.

De meest nieuwe techniek bestaat uit het gebruik
van een laser of LED-lamp.

<< terug

10. Fluorbehandelingen

Een fluoridebehandeling mag nooit gevolgd worden
zonder deskundig advies van een tandarts. Fluor
verstevigt de tanden maar veroorzaakt verkleuringen
bij een te hoge dosis.

Er bestaan verschillende manieren om extra fluor
op te nemen. Naast fluortabletten bestaan ook tandpasta’s
met een hogere concentratie, tabletten, gels, verrijkte
mondspoelmiddelen, fluoridelak,…

Slechts enkele behandelingen worden door een tandarts
uitgevoerd: sealen, fluoridelak en fluoridegel.

Sealen betekent letterlijk afdichten. Diepere groeven
en putjes in het kauwoppervlak van de kiezen worden
met een sealing opgevuld. Dit biedt op twee manieren
bescherming. De tand is egaler en daardoor gemakkelijker
te reinigen en de sealing zelf bevat fluoride en
maakt het tandglazuur sterker.

De behandeling gebeurt voornamelijk bij kinderen
wanneer het blijvend gebit net doorbreekt. Volwassen
die een hoog risico lopen op gaatjes, kunnen ook
een sealing ondergaan.

De behandeling verloopt volgens een aantal stappen.
Eerst wordt de kies grondig schoongemaakt en gedroogd.
Het droog houden gebeurt met behulp van een rubberen
lapje dat de kies afzondert van de rest van het
gebit of met wattenrolletjes in combinatie met een
droogspuit. Dit is nodig omdat de sealing anders
moeilijk vasthecht aan de kies.

Daarna wordt de kies vaak nog geëtst. Een zure vloeistof
of gel maakt het oppervlak iets ruwer. Dit wordt
na een korte inwerktijd terug verwijderd met water.
De kies wordt vervolgens terug grondig gedroogd
en kan het eigenlijke sealen plaatsvinden. Een tandkleurige
lak wordt met een fijn borsteltje aangebracht. Het
is een heel dunne vloeistof die tot diep in de groeven
en putjes kan doordringen.

Sommige sealings drogen vanzelf, anderen worden
verhard met een blauw licht. Tenslotte controleert
de tandarts nog vlug even of alles op de juiste
plaats terecht gekomen is.

Sealen is pijnloos en biedt een beter bescherming
aan de kiezen tegen gaatjes. Dit wil niet zeggen
dat een dergelijke behandeling een goede mondhygiëne
overbodig maakt.

Een sealing kan enkele jaren meegaan. Nadelen aan
de behandeling zijn dat de mond lang opengehouden
moet worden om te voorkomen dat de kies terug nat
wordt. Ook kan het even vies smaken.

Het grote verschil tussen een sealing en fluoridelak
is de plaats waar het aangebracht wordt. Een sealing
dicht de groeven in het kauwvlak van de kiezen terwijl
een fluoridelak alle vlakken van alle elementen
kan beschermen. Deze behandeling wordt zowel bij
kinderen als bij volwassenen toegepast.

Het aanbrengen van een fluoridelak vraagt in eerste
instantie een goed gereinigd gebit. Daarna zullen
de tanden gedroogd worden met een droogspuit en
wordt een geringe hoeveelheid lak met een fijn borsteltje
aangebracht.

Fluoridelak bevat een fluorideconcentratie die ongeveer
20 maal zo hoog is als bij een doorsnee tandpasta
zodat een minieme dosis volstaat. De lak droogt
automatisch op en geeft nog urenlang fluoride af
aan de tanden.

Deze behandeling is volledig pijnloos. Nadelig is
dat soms een gekleurde lak wordt gebruikt omdat
dit het aanbrengen ervan een stuk gemakkelijker
maakt. De kleur verdwijnt echter al na een korte
periode.

Fluoridegel wordt aangebracht op de tanden en moet enkele
minuten inwerken. Daarna wordt de gel verwijderd.
Dit volstaat voor een doorwerkend positief effect
op de tanden.

<< terug